Van landbouw- naar woondorp
Afkomst
De
dorpsnaam 'Kircheim", germaans voor "kerk" en woning", duikt voor
het eerst op in een archiefstuk van 1065, opgesteld bij een geschil
tussen de abt en de voogd van de abdij. De abt van Sint-Truiden was
toen immers heer en eigenaar van een groot deel van het grondgebied.
In bet gehucht Heusden plaatsen sommigen het middeleeuwse gerechtshof
van Verte, waar een aantaI Loonse eilandjes in het gebied Velm-Jeuk-Gelinden-Borlo
in beroep konden gaan. Een belangrijk Loons leen* was bet Alstergoed,
waaraan ook de voogdijrechten over de abdijgoederen verbonden waren.
Tijdens bet "Ancien Régime" van voor de Franse revolutie
volgden de families van Kerckem, van Alsteren-Hamal, Henrix, Everarts,
de Scroots, Van Scboor en de Bormans-de Selys elkaar op als kasteelheer.
Het kasteel in het dorpscentrum was hiervan de zetel. Een ander Ieengoed*,
afhankelijk van het leenhof van Heers, was in handen van de families
van Hinnisdael, genaamd van Kerckem, de Heusch van Zangereye,de Moffarts
en Brouckmans. Zetel hiervan was het Wit Kasteel.
De gemeente had zoals de hele streek veel te lijden van ingekwartierde
en rondtrekkende legereenheden in het laatste kwart van de 17de eeuw
en het midden van de 18de eeuw. Vanaf het midden van de vorige eeuw
zijn er voldoende gegevens bewaard om het dorp in cijfers te beschrijven.
In 1840 was 83 % van de 505 hectaren nog ingenomen door akkerland en
slechts 8% door boomgaarden, meestal rond de gebouwen gelegen. Pas rond
de eeuwwisseling zullen de fruitboomgaarden toenemen en het landschap
meer verdichten.
De behuizing bestond in 1840 uit 59 woningen waarvan 80 % gerangschikt
werden tussen een "kleine Iandbouwerswooning in hout en leem gebouwd
en met stroo gedekt, samengesteld uit twee kamers en twee plaetsjes,
in gemeenen staet" en een "leeme hutte voor arme lieden,
hebbende slechts eene plaets". Belangrijk voor de ontsluiting van
het dorp was de al genoemde aanleg van de steenweg Hannuit-Sint-Truiden
in 1853. Vanaf 1890 zien we in de hele streek een grote tewerkstelling
en uitwijking naar het Luiks industriegebied, voor Kerkomse inwoners
te bereiken via het station van Roost (Rosoux) enkele kilometers zuidelijker.
De bevolking verdriedubbelde op enkele eeuwen tijd : van ongeveer 170
zielen in 1643 naar 524 in 1910 en 623 in 1984.
Later..
In 1971 werd Kerkom opgenomen in de landelijke fusie Borlo, in 1977
werd het bij het regionaal verzorgingscentrum Sint-Truiden gevoegd.
In dat jaar werd het gehucht "Op den berg" uitgebreid met de verkaveling
"Kasteelzicht". Nu zijn er in Kerkom nog weinig landbouwers. Door de
afwezigheid van lokale nijverheid werd het vooral een woondorp voor
pendelaars. Toch blijven de fruit- en bietenteelt het gezicht van het
dorp nog grotendeels bepalen.